De waarzegger
Ze keek even op de klok; ze moest nog zes gasten ontvangen. De avond liep alweer voller dan ze had gepland. Ze kwamen bij haar op bezoek voor de waarheid. Nou ja, dé waarheid… ze kletste er natuurlijk een eind op los. Maar dat hoefde niemand te weten. Voor de meesten was het al genoeg dat er iemand tegenover hen zat die met overtuiging sprak.
Ze moest altijd even lachen om de naam van haar toch wel prachtige beroep: waarzegger. Het klonk gewichtiger dan het was. Risicoloos een beetje babbelen over huwelijken, carrières of kinderen, en ondertussen goed letten op gezichtsuitdrukkingen, kleding en kleine signalen. Mensen vertelden vaak al meer dan ze doorhadden nog vóór ze hun eerste vraag hadden gesteld.
Met kinderen als onderwerp moest ze altijd een beetje oppassen; alles wat ze zei lag gevoelig. “Je kind gaat het helemaal maken” was overigens even link als de voorspelling van diep ongeluk. Ouders onthielden alles, draaiden woorden om en kwamen er soms maanden later nog op terug. Eén verkeerde formulering en je zag ze verstijven in hun stoel.
Ze hield zich daarom altijd een beetje op de vlakte. Extremen vermijden was meestal de beste strategie. Meestal, want soms eisten haar klanten heel duidelijke taal. “Zeg dame, ik betaal je niet voor zweeftaal. Het is hom of kuit, zwart of wit. Wat is het nou?”
Ze schrok overigens niet zo van dat soort dreigementen. Integendeel, ergens genoot ze er zelfs een beetje van. Als je het wil, kan je het krijgen, dacht ze dan. “Ik zie wat gezondheidsproblemen. Je zult alles op alles moeten zetten om de gevolgen te beperken.” Ze liet dan bewust een korte stilte vallen, precies lang genoeg om het gewicht van de woorden te laten landen.
Kijk, soms kon je gewoon zien dat iemand te veel zoop, slecht sliep of zichzelf verwaarloosde, en kon je relatief veilig dit type adviezen geven. Het was geen hogere wiskunde; het was observeren, combineren en durven zeggen wat iemand eigenlijk al wist.
Ook in relatievragen was ze best goed. Die waren het makkelijkst en het meest dankbaar. “Ik zie en voel dat jullie wat uit elkaar gaan groeien.” Ze keek er dan ernstig bij, alsof ze iets pijnlijks onthulde. Nogal logisch; dat deed de meeste stellen op een gegeven moment een beetje. Mensen knikten dan langzaam, alsof er een sluier werd opgelicht die er al die tijd al half doorzichtig had gehangen.
“Maar er is nog wel verbinding,” voegde ze er soms aan toe, afhankelijk van hoe de klant reageerde. Hoop was tenslotte net zo verkoopbaar als zorg.
Eigenlijk zou ze een lintje moeten krijgen voor al die gebroken relaties die zij heeft voorkomen. Of juist versneld, dacht ze soms. Het hing er maar vanaf hoe je het bekeek. Hoe dan ook: haar woorden hadden effect, en dat gaf haar werk een vreemd soort gewicht.
Niet dat ze echt gewaardeerd werd; een waarzegger stond beslist laag in de beroepenhiërarchie. “Wat doe je?” riepen mensen altijd lachend als ze zich had voorgesteld en haar beroep had genoemd. Ze kende dat lachje inmiddels. Half nieuwsgierig, half meewarig.
Soms antwoordde ze dan droog: “Ik help mensen beslissingen nemen.” Dat klonk al een stuk respectabeler.
Maar ja, hoe kun je veel eer leggen in de rol van geboren leugenaar? Ze moest er soms zelf om lachen. Liegen is ook een vak. En eerlijk gezegd: de meeste mensen wilden niet eens de waarheid. Ze wilden geruststelling, richting, een duwtje. En als dat verpakt kwam in wat rook en spiegels, dan namen ze dat er graag bij.
“Volgende klant, kom maar binnen.”
Ze bladerde nog even snel door haar aantekeningen. Haar schrift stond vol met steekwoorden, half afgemaakte zinnen en pijltjes die alleen zij begreep. Brand had ze al gehad deze week, dat kon ze beter even laten rusten. Dan maar waarschuwen voor een aanrijding; daar was het wel weer tijd voor.
Ze streek haar blouse glad, zette haar gezicht in de juiste plooi en keek op toen de deur openging. Nog zes gasten, dacht ze. Nog zes keer de waarheid—of iets wat daar dicht genoeg bij in de buurt kwam.


